Ipsen logo
Disclaimer
Print
Letter vergroten
Home » Ziektebeelden » Prostaatkanker
Prostaatkanker

Prostaatkanker FAQ

Wat is Prostaatkanker?

Prostaatkanker is in de industriële landen de meest frequente kanker bij mannen. Dit heeft te maken, enerzijds, met het feit dat de mensen steeds ouder worden, en anderzijds omdat de kanker steeds vroeger ontdekt wordt.

Men schat dat in de meeste Westerse landen het risico op een microscopisch kleine prostaatkanker 30% bedraagt. Aangezien deze kankers echter traag groeien is het risico op een klinische kanker, die gepaard gaat met klachten, ongeveer 10%. Het risico aan prostaatkanker te sterven is uiteindelijk slechts 3%. Tot nu toe sterven nog steeds meer mannen mét prostaatkanker dan door prostaatkanker.

Prostaatkanker wordt steeds vroeger ontdekt, wat niet altijd een voordeel is. Men weet namelijk nog niet welke tumoren zich snel zullen ontwikkelen en welke totaal schadeloos tot in het graf kunnen worden meegedragen.

Symptomen

Over het algemeen ontwikkelt prostaatkanker zich zeer traag en veroorzaakt het geen symptomen tot het in een vergevorderd stadium is. Soms treden symptomen op die vergelijkbaar zijn met die van een goedaardige prostaatvergroting: moeilijkheden bij het urineren, vaak urineren, nachtelijk urineren, niet volledig leegmaken van de blaas, enz. In een later stadium kan er bloed in de urine en het sperma komen en (zelden) een volledig blokkeren van het urineren. Soms wordt prostaatkanker pas vastgesteld als het al is uitgezaaid. Bij uitzaaiingen kunnen de volgende symptomen voorkomen: nierklachten, lage rugpijn, pijn in de borst of de ribben, enz.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Rectaal onderzoek:

Rectaal toucher, lichamelijk onderzoek, waarbij de arts de prostaat via de anus aftast met een vinger en zoekt naar verharding en/of asymmetrie, blijft het voornaamste onderzoek.

Prostaat Specifiek Antigeen (PSA):

De resultaten van het rectaal toucher worden in belangrijke mate verbeterd door de PSA-bepaling. PSA staat voor Prostaat Specifiek Antigeen. PSA is een stof die door de prostaat wordt afgescheiden in het bloed en hierin gemeten kan worden. Een verhoogde waarde hiervan kan duiden op vergroting van de prostaat die veroorzaakt kan zijn door prostaatkanker, maar ook door andere prostaat problemen, zoals een goedaardige vergroting van de prostaat.

Indien het Rectaal toucher en de PSA verdenkingen van prostaatkanker geven kan de arts overgaan tot verder onderzoek (transrectale ultrasonografie (TRUS), biopsie CT -scan en MRI-scan).

Hoe wordt prostaatkanker behandeld?

Behandeling gericht op genezing van prostaatkanker (curatieve therapie)

Enkel een gelokaliseerde, niet uitgezaaide, prostaatkanker komt voor genezing in aanmerking. Indien er kapseldoorbraak of uitzaaiingen zijn is genezing tot nu toe onmogelijk. Het probleem is dat men nooit met zekerheid kan vaststellen dat de kanker plaatselijk is dan wel reeds is uitgezaaid.

Er zijn 3 vormen van behandeling voor deze groep:

  • Actief volgen (actieve surveillance)
  • Chirurgisch behandelen (radicale prostatectomie)
  • Bestraling (radiotherapie)

Bij de keuze wordt rekening gehouden met de levensverwachting van de patiënt. Men kan immers nog lang leven met prostaatkanker die niet wordt behandeld. Bovendien kan een behandeling ernstige nevenwerkingen hebben die de levenskwaliteit in sterke mate doen dalen.

Behandeling gericht op levensverlenging (palliatieve therapie)

Het gaat hier om een prostaatkanker met uitbreiding buiten de prostaat (kapseldoorbraak). Er worden in deze situatie soms ook prostaatkankercellen aangetroffen in andere delen van het lichaam, bijvoorbeeld lymfeklieren, botten, organen, etc.

In dit geval zal de behandeling van de arts er op gericht zijn de ontwikkeling van de kanker zo lang mogelijk te vertragen en de complicaties te verzachten (palliatie).

Verschillende vormen van behandeling zijn mogelijk:

  • Niets doen en de evolutie van de kanker opvolgen (Watchful waiting)
  • Hormonale therapie:
  • Chirurgische castratie (orchidectomie)
  • Chemische castratie gevolgd door radiotherapie
  • Chemische castratie alleen

De groei van prostaatkanker wordt gestimuleerd door het mannelijke hormoon testosteron. Bij een hormonale therapie probeert men de productie van dit hormoon te blokkeren of probeert men de stimulatie van de kankercellen door het mannelijk hormoon af te remmen. Bij chirurgische castratie worden de zaadballen (testikels) verwijderd, om zo de productie van testosteron te stoppen, bij chemische hormonale therapie wordt de testosteronproductie stilgelegd door medicatie. Hormonale behandeling kan de kanker niet genezen, alleen afremmen en de levenskwaliteit van de patiënt verbeteren.

Hormonale therapieën hebben de volgende bijwerkingen, die gerelateerd zijn aan de testosteronverlaging in het bloed:

  • Opvliegers
  • Moeheid
  • Impotentie klachten
  • Verlies van zin in seks (libido verlies)
  • Verlies spiermassa
  • Gynaecomastie (ontwikkeling borsten en pijnlijke tepels)
  • Toename lichaamsgewicht
  • Botontkalking
  • Karakter veranderingen

Na verloop van tijd (meerdere jaren) zal een hormoon refractaire situatie gaan ontstaan. Dit betekent dat de prostaatkanker verder gaat groeien ook al heeft de patiënt geen testosteron ontwikkeling; de kanker is ongevoelig voor hormonale therapie.

Voor deze fase zijn er ook weer enkele mogelijke therapieën: 

  • Pijnstilling
  • Bisfosfonaten, met name bij botpijnen
  • Bestraling
  • Chemotherapie

Beschikbare medicijnen

Chemische castratie

In het geval van castratie middels een Luteïniserend Hormoon Releasing Hormoon (LHRH) agonist of antagonist toediening wordt de testosteron productie bij de man stil gelegd door een medicijn.

Ipsen brengt de LHRH- agonist Pamorelin® op de markt, dat een chemische castratie tot stand brengt. Andere verkrijgbare LHRH agonisten zijn Zoladex®, Lucrin®, Decapeptyl®, Eligard® en Suprefact®. Voor de behandeling met LHRH agonisten kan men kiezen uit 1, 3 en 6 maands toedieningsvormen.

Anti-androgenen

Anti-androgeen medicijnen voorkomen dat het lichaam gebruikt maakt van het testosteron dat wordt aangemaakt (bijv. flutamide, bicalutamide, nilutamide, cyproteronacetaat). Dus niet de productie van testosteron wordt geblokkeerd maar de testosteron wordt verhindert zijn werking te doen. Deze middelen worden meestal in combinatie met LHRH analogen gebruikt. In een enkel geval wordt de therapie als monotherapie gegeven.

Hormonale therapieën hebben de volgende belangrijkste bijwerkingen, die gerelateerd zijn aan de testosteronverlaging in het bloed:

  • Opvliegers
  • Moeheid
  • Impotentie klachten
  • Verlies van zin in seks (libido verlies)
  • Verlies spiermassa
  • Gynaecomastie (ontwikkeling borsten en pijnlijke tepels)
  • Toename lichaamsgewicht
  • Botontkalking
  • Karakter veranderingen

Overige medicatie nadat de kanker niet meer gevoelig is voor hormoontherapie (hormoon refractair)

Pijnstilling: Verschillende medicijnen staan ter beschikking van de arts voor het onderdrukken van pijn door uitzaaiingen van de kanker.

Bisfosfonaten: Deze medicijnen worden met name ingezet indien de patiënt last heeft van botpijnen. Zij helpen de pijn verminderen.

Chemotherapie: Een behandeling die de vorming van nieuwe cellen in het lichaam remt, dus ook die van prostaatkanker cellen. Dit is een behandeling met veel bijwerkingen omdat de behandeling ook gezonde cellen in het lichaam bereikt. Veel van de bijwerkingen van deze therapie, zoals bijvoorbeeld misselijkheid, kunnen weer worden behandeld met andere medicijnen.

Meer informatie?

Bespreek al uw vragen, twijfels en problemen altijd bij uw terugkerende controle met uw arts.

De Stichting Contactgroep Prostaatkanker is de patiëntenorganisatie die lotgenotencontact biedt, voorlichting geeft en de belangen behartigt van prostaatkankerpatiënten en hun naasten.

SCP
Postbus 443
1400 AK Bussum
Hulplijn: (0800) 999 2222
lotgenoot@scprostaat.nl
Secretariaat: (088) 002 9770
secretariaat@scprostaat.nl
www.spc.nfk.nl