Blaaskanker - Ipsen Farmaceutica

Wat is blaaskanker?

Blaaskanker is een kanker die groeit in de blaas, het orgaan dat de urine opvangt die in de nieren is gemaakt. Kanker betekent dat er sprake is van ongeremde deling van cellen. Bij blaaskanker zijn dat in meer dan negen van de tien gevallen cellen van het slijmvlies dat de blaas aan de binnenkant bedekt (urotheel).

De tumor groeit bijna altijd uit in de blaasholte. Soms in de vorm van een bolletje of druiventros, soms uitgesmeerd over de binnenkant van de blaas. Bij ongeveer driekwart van de tumoren beperkt de celwoekering zich tot het oppervlak van de blaas. Dit heet ‘niet-spierinvasieve blaaskanker’. In de overige gevallen is de tumor doorgegroeid tot in het spierweefsel dat zich in de blaaswand bevindt. Dit heet ‘spierinvasieve blaaskanker’.

Wat merk je van blaaskanker?

Blaaskanker geeft in het beginstadium vrijwel geen klachten. De onderstaande klachten kunnen wijzen op de aanwezigheid van een tumor in de blaas:

  • Bloed in de urine (hematurie). Dit bloedverlies kan heel gering zijn waardoor het niet altijd met het blote oog te zien is, maar alleen onder de microscoop. Het kan ook gedurende langere tijd geheel verdwijnen. Zo’n waarschuwingssignaal kan dan gemakkelijk over het hoofd worden gezien, terwijl de tumor zich wél verder ontwikkelt.
  • Pijn bij het plassen.
  • Vaker moeten plassen.
  • Regelmatige blaasontstekingen.

Deze klachten lijken sterk op die van een blaasontsteking. Dit maakt dat het lastig is blaaskanker in een vroeg stadium te herkennen zonder dat dit gepaard gaat met ingrijpend onderzoek.

Hoe vaak komt blaaskanker voor?

In Nederland krijgen ieder jaar ongeveer 3100 mensen te horen dat zij blaaskanker hebben. Blaaskanker komt in Nederland veel vaker voor bij mannen dan bij vrouwen (ca 2300 mannen tegenover ca 800 vrouwen per jaar). Per jaar overlijden ongeveer 1200 mensen in Nederland aan de gevolgen van blaaskanker. (bron www.kanker.nl)

Net als bij alle vormen van kanker neemt de kans om blaaskanker te krijgen toe met het ouder worden. Gemiddeld leeftijd bij eerste diagnose is momenteel rond 70 jaar. Er zijn enkele factoren bekend die de kans op het krijgen van blaaskanker kunnen vergroten:

  • roken
  • (langdurige) blootstelling aan bepaalde stoffen (verf, teer, rubber en oplosmiddelen)
  • sommige medicijnen
  • chronische urineweg infecties.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Klachten zijn de aanleiding om nader onderzoek te doen. Dat onderzoek bestaat allereerst uit onderzoek van urine en het bloed. Aanvullend onderzoek kan de uroloog (specialist op het gebied van de blaas en urinewegen) met een instrument de blaas van binnen bekijken (cystoscopie). Ook kan de blaas in beeld gebracht worden met behulp van echografie, een CT-scan,  een MRI-scan. Ook het maken van een contrastfoto van de nieren en urinewegen, ook wel IVP (intraveneus pyelogram) kan worden ingezet om tot de juiste diagnose te komen.

Verdacht weefsel

Als er in de blaas ‘verdacht weefsel’ is aangetroffen neemt de uroloog een stukje (biopt) hier van weg. Onderzoek aan dit weefsel moet definitief uitwijzen of er sprake is van blaaskanker en, zo ja, welke soort blaaskanker en hoe ver het ziekteproces al is gevorderd. Bij dat laatste kan het ook nodig zijn om met behulp van een botscan na te gaan of er al sprake is van uitzaaiingen in de botten.

Hoe wordt blaaskanker behandeld?

De behandeling van blaaskanker hangt onder meer af van:

  • De soort blaaskanker.
  • Het aantal tumoren.
  • Iemands algemene gezondheidstoestand.
  • Of en hoe ver de tumor is doorgegroeid in de bloedvaten en het omringende weefsel.

Afhankelijk van de vorm en het stadium van de kanker en de andere organen die eventueel  aangetast zijn, besluit de uroloog tot een curatieve behandeling of een palliatieve behandeling. Een curatieve behandeling is gericht op genezing van de blaaskanker. Is genezing niet meer mogelijk dan kan een palliatieve behandeling de klachten van de ziekte verminderen en zo de  kwaliteit van het leven op een zo hoog mogelijk peil houden.

De meest toegepaste behandelingen bij blaaskanker zijn operaties, blaasspoeling, bestraling en chemotherapie.

Operaties

Kijkoperatie

Kleine tumoren die de spieren van de blaaswand nog niet hebben aangetast, kunnen tijdens een kijkoperatie (cystoscopie) worden verwijderd. Dit wordt ook wel een TUR (transurethrale resectie) genoemd. Via de plasbuis worden instrumenten in de blaas gebracht waarmee de tumor wordt verwijderd.

De laatste ontwikkelingen op dit gebied is het werken met blauw licht tijdens de kijkoperatie.
Vooraf wordt bij de patiënt een medicijn in de blaas gebracht die er voor zorgt dat onder dit blauwe licht de tumor veel beter te zien is en dus in het geheel kan worden verwijderd. Maar ook kleine, bijna onzichtbare tumorgroei wordt hiermee opgespoord. De uroloog heeft dan meer zekerheid dat hij een betere behandeling heeft kunnen geven.

Kunstmatig afvoerkanaal

Is de tumor in het spierweefsel van de blaas ingegroeid, dan is het nodig de hele blaas te verwijderen. Bij deze ingreep is het nodig een kunstmatig afvoerkanaal voor de urine te maken (urostoma). Soms sluit de chirurg de urineleiders aan op de endeldarm omgeleid. In de praktijk betekent dit dat iemand dan ‘plast’ via de anus.

Nieuwe blaas

Een andere mogelijkheid is om een stukje van de dunne darm los te maken van de rest van het darmstelsel en dat te gebruiken om een nieuwe blaas te construeren. Via een speciale opening in de buikwand loost iemand dan de urine (neo- of vervangblaas).

Blaasspoeling

Bij tumoren die al wat dieper in de blaaswand zijn doorgedrongen, bestaat de behandeling uit medicijnen tegen kanker. Deze worden rechtstreeks in de blaas gespoten om het gezwel te laten verschrompelen. Hiervoor worden chemotherapie en BCG gebruikt. BCG is een vaccin tegen tuberculose. Dit is ook effectief  tegen blaaskanker. Het roept een afweerreactie van het lichaam op tegen de blaastumor.

Blaasspoelingen kunnen ook worden toegepast na een operatie. Het toedienen van medicijnen heeft in dat geval als doel de kans op het terugkeren van de tumor zo klein mogelijk te maken.

Bestraling

Bij erg agressieve tumortypes, waarbij de kans groot is op snelle doorgroei of uitzaaiingen, wordt gewoonlijk de hele blaas operatief verwijderd. Dat gebeurt al dan niet in combinatie met bestraling van de blaas en omgeving. Deze bestraling kan zowel uitwendig als inwendig worden toegediend. De bestraling heeft als doel eventuele lokale uitzaaiingen van de tumor te vernietigen.

Chemotherapie

Chemotherapie (anders dan in een blaasspoeling) wordt bij blaaskanker toegepast in combinatie met bestraling of een operatie, en als zogenaamde palliatieve behandeling. Deze laatste vorm van behandeling is erop gericht om de klachten te verminderen, terwijl genezing niet meer mogelijk is.

Wat zijn de vooruitzichten bij blaaskanker?

Het is vaak moeilijk om blaastumoren helemaal te laten verdwijnen. Ze hebben de neiging om weer terug te komen, nadat iemand aanvankelijk al genezen was. Als maat voor het succes van de behandeling wordt vaak de zogenaamde 5-jaarsoverleving genomen. Dit is het percentage mensen dat 5 jaar na diagnose nog in leven is. Dit percentage is afhankelijk van het soort blaaskanker en het stadium waarin de ziekte zich bevindt op het moment van de diagnose.

De 5-jaarsoverleving varieert van rond de 90 procent bij oppervlakkig groeiende blaastumoren tot 10 procent wanneer er uitzaaiingen in andere organen zijn.

Meer informatie?

Bespreek al uw vragen, twijfels en problemen altijd met uw arts.